Help je kind over zijn angst heen

Elke ouder krijgt er mee te maken, een bang kind. Het ene kind is angstiger aangelegd dan de ander, maar alle kinderen zijn wel eens bang. Soms kan dit heel lastig zijn, maar soms ook heel nuttig. Angst waarschuwt namelijk voor gevaar en daar zijn niet alle kinderen zich van bewust.

Een kind maakt elke dag wel iets mee wat ze nog niet begrijpen. Een angst die vooral bij baby’s veel voorkomt is bijvoorbeeld verlatingsangst. Als papa of mama de kamer verlaat, en niet meer in het zicht is, zijn baby’s vaak bang omdat zij niet begrijpen of papa of mama nog terugkomt. Daarom is het belangrijk dat je op dit soort momenten tegen je baby blijft praten, zodat hij je nog wel hoort.
Oudere kinderen worden vaak bang door bijvoorbeeld beelden die zij op tv zien, of verhalen die zij horen om zich heen. Kinderen zijn vaak bang dat dit hun ook gaat overkomen.

Er zijn verschillende manieren waar je aan kunt merken dat je kind bang is. Niet elk kind zal het gevoel van angst goed kunnen verwoorden, maar als ouder ken je je kind het beste en weet je wat er aan de hand is.
Je kunt merken dat je kind bang is als deze:
– Huilt
– Klamme handjes heeft
– Dingen vermijdt
– Grote, angstige ogen opzet
– Terugvalt in zindelijkheid, ineens weer in bed plassen bijvoorbeeld
– Veranderingen ondergaat wat slapen betreft
– Heel voorzichtig of heel druk speelt

Het is helemaal niet erg als je kind ergens bang voor is. Tijdens de ontwikkeling van je kind zal hij een tijdje ergens bang voor zijn. Dit zal afnemen zodra je kind met deze ‘enge’ situatie kan omgaan. Wat belangrijk is om te weten is dat je kind de angst niet moet gaan vermijden, dit zal het uiteindelijk alleen maar erger maken. Als je kind zijn angst de baas wordt, zal hij daar de rest van zijn leven profeit van hebben.

Help je kind over zijn angst heen door:
– Het goede voorbeeld te geven. Laat je kind zien hoe jij omgaat met situaties of dingen waar je eigenlijk bang voor bent.
– Laat je kind overdag ontdekken hoe bepaalden dingen werken. De stofzuiger, telefoon, radio etc.
– Zorg ervoor dat je kind jou blind kan vertrouwen. Als jij zegt dat iets goed is, dan is het ook echt goed en hoeft je kind nergens bang voor te zijn.
– Praat met je kind over zijn angst maar leg er niet teveel nadruk op!
– Stimuleer je kind om zijn angst te overwinnen. Je kind toch stimuleren om te laten doen waar hij bang voor is, zal hem helpen om over zijn angst heen te komen. Dwing je kind echter nooit te doen waar hij bang voor is! Dit werkt alleen maar averechts.
– Zeg niet letterlijk: ‘je hoeft niet bang te zijn’, maar vraag je kind waar hij precies bang voor is.
– Soms helpt het als je kind andere kinderen ziet doen waar hij zo bang voor is. Dit kan bijvoorbeeld het aaien van een dier zijn.

 

Geschreven door