Vijfjarigen begrijpen win- en verlieskansen

Wetenschappers onderzochten kinderen in de leeftijd van drie tot negen jaar oud en kwamen tot de conclusie dat kinderen van vijf jaar en ouder al beginnen met het maken beslissingen om hun winst te maximaliseren in risicovolle situaties.

Bij het onderzoek kregen de kinderen een spel waarbij koekjes valuta voorstelden. Elk kind kreeg een koekje en daarbij de mogelijkheid om het koekje te houden of om het te ruilen voor één van de zes identieke kopjes met koekjes. De koekjes in de kopjes konden groter, kleiner of even groot zijn als het koekje wat het kind al had.

De kansen om zo een groter koekje te winnen werd in verschillende combinaties aangeboden. Bijvoorbeeld drie grote, twee gelijke en een kleine. Er werd aan de kinderen verteld hoeveel kopjes een zogenaamd ‘winnend’ koekje hadden, voordat ze hun keuze moesten maken.

Kinderen van drie tot vier jaar oud konden dit verschil niet maken tussen de kans op het krijgen van een groter of gelijk koekje. Dit in tegenstelling tot de kinderen van vijf jaar en ouder. Deze kinderen begrepen hun winkansen beter en hun keuzes werden ook duidelijk beïnvloed door de kans op verlies. Ook plaatsten de kinderen hun beslissing in de context van eerdere winst- of verliessituaties.

Hieruit concluderen de onderzoekers dat, ondanks dat kinderen boven de vijf risicozoekers zijn, ze ook duidelijk een aversie hebben tegen verlies. Dit wordt ook gezien bij volwassenen.

Deze aversie komt van een ‘better safe than sorry’-houding, maar kan ook tot beoordelingsfouten bij volwassenen leiden. Dit kan er weer voor zorgen dat potentiële winsten verdampen. Deze resultaten uit het onderzoek laten zien dat de mens vanaf de leeftijd van ongeveer vijf jaar begint te leren.

 

Geschreven door